Biografie Karel Appel

Karel Appel (Amsterdam, 1921 – 2006)

Tijdens de opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam ontmoette Karel Appel in de jaren 1940-1943 Corneille. Ze besloten om in 1946 met elkaar naar Luik te af te reizen en daar in 1947 te exposeren. Ook maakte zij een reis naar Parijs en bij terugkeer maakten ze kennis met Constant. In 1948 exposeerden zij alle drie samen in Amsterdam.

Karel Appel richtten samen met Anton Rooskens, Corneille, Constant, Jan Nieuwenhuys (broer van Constant) en Theo Wolvecamp de ‘Nederlandse Experimentele Groep op in Amsterdam. Ook was hij 8 november 1948 medeoprichter van de bekende kunststroming ‘Cobra’. In Nederland is hij waarschijnlijk het meest bekende lid van deze beweging. Zijn term ‘Ik rotzooi maar wat aan’ zorgde voor grote bekendheid. Karel Appel zorgde voor veel opschudding in de Nederlandse kunstwereld tijdens de jaren veertig en vijftig door zijn ‘spontane’ manier van schilderen. In 1949 bracht zijn wandschildering in de kantine van het Amsterdams Stadhuis, ‘Vragende kinderen’, veel teweeg. Verontwaardigde ambtenaren zorgden er zelfs voor dat het kunstwerk 10 jaar lang schuil gehouden werd. De gemeente bedekte het werk achter het behang om de kalmte terug te brengen.

Directe expressie in verf was altijd erg belangrijk voor Karel Appel. Hij besteedde weinig aandacht aan de theoretische pamfletten van Dotremont en Constant. Vooral in de Cobra jaren schilderde Appel in simpele vormen, stevige lijnen, fantasiedieren en vriendelijke onschuldige kindwezens. Het gebruik van felle en heldere kleuren heeft eigenlijk altijd centraal gestaan.

In de jaren vijftig, na het uiteenvallen van Cobra, wist Appel de gevoelsmatige benadering van het onderwerp vast te houden. Hij ontwikkelde een steeds heftigere schildertechniek. De bekende kleurvlakken en lijnen werden langzaam maar zeker samengesmolten in bewogen verfmassa’s. Ook heeft hij zich veel bezig gehouden met het schrijven van gedichten, maken van assemblages en beeldhouwwerken.